Elke week een brief van oma

THEMAKRANT COMMUNICATIE (editie 23, januari 2025)

 

door Wim van Gorsel

,,Ik laat jullie weten dat wij nog goed gezond zijn’’. Met deze woorden begon vrijwel elke brief die mijn oma uit Sint-Annaland wekelijks schreef aan haar dochter, mijn moeder, in Middelburg.

Hoe druk het in de kolenzaak van mijn opa ook was, voor het schrijven van een lange brief maakte ze altijd tijd. Meestal op de zondagavond.

Toen mijn moeder een aantal jaren geleden overleed vond ik een pakketje met ruim tweehonderd brieven die door mijn beide Thoolse oma’s eind jaren vijftig en begin jaren zestig naar mijn moeder waren gestuurd. Omdat ik altijd erg geïnteresseerd ben in familiegeschiedenis kwamen we overeen dat ik de doos met oude brieven zou krijgen.

De inhoud van de brieven is zeker niet spectaculair en er worden geen geheimen onthuld. Toch geven de schrijfsels een aardig inkijkje in het dagelijks leven van gewone mensen eind jaren vijftig.

Laatste nieuwtjes

Naast de halfjaarlijkse schoonmaak, de gezondheid en het weer waren vooral de wetenswaardigheden rond haar drie zonen de vaste briefonderwerpen van oma uit Sint-Annaland. Ook de laatste nieuwtjes uit het dorp werden steeds overgebriefd aan haar (enige) dochter.

Ook mijn andere Thoolse oma (uit Sint Maartensdijk), schreef regelmatig, maar deed dit niet via een brief (drie postzegels van vier cent), maar via de goedkopere briefkaart, waarvoor zij maar vier cent porto moest betalen. Een probleem bij de briefkaart was wel dat de schrijfruimte zeer beperkt was. Mijn oma loste dit echter op door steeds beknopter en kleiner te gaan schrijven. Zo kwam de boodschap toch over, zal ze gedacht hebben.

Landbouwer

De berichten van mijn beide oma’s hadden verschillende karakters.

Mijn oma uit Sint Maartensdijk was getrouwd met een kleine landbouwer met één hectare pachtland. Haar verhaaltjes gingen vaak over de stand van zaken op het land. De aardappel- en uienprijzen, de droogte, onkruid, de op handen zijnde ruilverkavelingen, de verwachte opbrengst; het vormt de kern van de inhoud van de brieven uit ‘Smerdiek’.

Afgezien van de inhoud van de brieven is opvallend hoe fraai het handschrift van de schrijfsters was. De fraai gekrulde medeklinkers en consequent cursief geschreven zinnen overheersen. Hoewel mijn grootouders alleen lagere school hadden gevolgd kun je zien dat er aan ‘schoonschrijven’ heel veel aandacht was besteed.

Via de buren

Aan het schrijven van een wekelijkse brief kwam geleidelijk een einde. Vanaf de jaren zestig deed de telefoon langzaam zijn intrede en de pen bleef steeds vaker in de kast liggen. Die telefoon werd trouwens in het begin alleen in noodsituaties gebruikt. Zoals bij het overlijden in 1962 van één van mijn schrijfoma’s. Omdat wij nog niet over een telefoon beschikten werd het nieuws via onze buurman, een politieman, overgebracht. Die had vanwege zijn werk al wel zo’n toestel. Het nummer weet ik nog uit mijn hoofd. Dat van mijn opa trouwens ook. Gek hè?

Geen reacties

Geef een reactie